Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
VAN HET GELIFK,
IM) O K
James Harris.
EKKSTK liEKL.
Zeker vriend, wien ik iiuoglciiatte, was voor eenige dagen
by my geliuisvest. Wy hadden elkander over Shakespeur zillen
onderhouden; en onder verlcbeidene andere Charakters door
dezer Schrijver Ion Tooneele gevoerd, had dat van den Kar-
dinaal Wolfey onze aandacht getrokken. Hoe ras, zei mijn vriend,
zweert de gunfteling in ongenade dien Gelukflaat ai', waar hy
kortlings zoo verzot op was! Naauwlijks is l>y van zijn ampl
verlaten, of hy begint uit te roepen:
»Vain pomp and ylory of the world! i hute ye."
(»0 IJdle praal en roein der wareld! 'k walg van u."
Zoo waar is liet, dat onze begrippen altijd met de tijden ver-
anderen, en dal wc in tegeufpoed van t^n gevoelen zijn, in
voorfpoed van een ander. — Wat deze zijn geringe gedachten
van den Gelukflaat der menfchen betreft, andwoordde ik, /y
behelst eene waarheid , die een geringe opmerking hem lang
te voren had kunnen leeren. Men heefl juist geen rampen uoo-
dig, dunkt my, om daarvan overtuigd worden. Ik heb al zuo
veel op met de uiterlijke wijsheid van dien Ooslerfchen Monarch ,
die in den toevloed van zijnen voorfpoed, en onder 'l genot
van alle genoeglijkheden, nog zoo gevoelig was voor hare le-
digheid, hare ongenoegzaamheid om hem gelukkig tc maken,
dat hy een beloning deed afkondigen , voor die eenig nieuw
vermaak uit kon denken. He beloning wierd inderdaad afge-
kondigd, maar het vermaak kon niet gevonden worden. — In-
dien gy, hernam mijn vriend, door vermaak, iets verftaat dat
tot bel wezendlijk Geluk toebrengt; zoo ware 'l veellicht te vin-
den geweest, zonder echter aan 's Monarcbs verbeelding te bc-
W. BttrEKDYK. XIX. 10