Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
1805.
- m -
Van kracht, beweegbaarheid, ontbloot!
Dat borstjen, zoo in een gedrongen!
Wat liet dat over dan de dood!
.Ja, dank! ó Gy die weldaan regent!
Gy, Goedheid, Almacht, Majesteit!
Gy, die de kindsheid hebt gezegend,
Gy riept ze lol Uw heerlijkheid!
Neen, 'k vraag U —ach! H valt hard, ó Vader,
't Valt hard voor 'thart, zoo eindloos Icór,
Maar 'k vraag U, Heil- en Levensader,
Niet eenen van dc mijnen wéér.
Neen, laalze Uw' lof verecnigd zingen!
Verbreiden ze Uw' Gena om boog!
Ik wil het morrend hart bedwingen.
Den ftroom bedwingen van hel oog!
Geef Gy my kracht door die Genade,
Die me eens dat kroost in de armen vocrl;
En, Heiland, troost de lieve Gade,
Zoo teder aan mijn hart gefnoerd!
O zie haar aan mijn zij' bezweken,
Onthou haar Uwen invloed niel;
En duld het Ouderlijke fmeeken
Voor 't gene Uw Goedheid overliet!
Q-rafschrift voor My-zelven.
Dit enge Lijkgefticht fluit de asch eens Dichters in.
Hy zong het Vaderland, de Dichtkunst, en de Min,
Verdrukte Christendeugd, zijn rampen, Gods erbarmen.
Gelukkig, mocht zijn zang een koude borst verwarmen!
Gy, die zijn kunst waardeert, zijn hart cn lijden kent,
Dank Jezus, wiens gcnä zijn jamm'ren heeft volend.
1805.