Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— i37 —
Ach de ecrfle gaapt nog onverbonden,
Haar bloedflroom vloeit nog ongel'tremd !
Ons harte giet nog heete tranen
Op 't lief ontworteld lelgjen uit,
En 't woon van nieuwe fchrikorkanen
Verbrijzelt ons een tweede fpruit.
Een tweede. Hemel! hoe! een tweede
Buigt mee de bladerkroon in 'tzand! —
Ach, God is doof voor zucht en bede,
Of, moordend onweer, hou hier ftand! —
Helaas! de hartwond, pas vergeten.
De flag, nu twee paar jaar betreurd.
Die wond wordt thands weer opgereten,
En heel de boezem ons verfcheurd. —
Drie Telgjens. . .! God! daar valt de vierde,
De vierde, tot een' prooi van 'tgraf!
Ach, 't bloeiendst wat onze Echttuin fierde.
Breekt één, één gure winter af!
Daar ligt de zoetfte hoop ter aarde.
De Zegen van hel zaligst bed.
De groenfte fpruitjens onzer gaarde.
Als van een' donderflag verplet!
Irene, Hemelfchoone Irene,
'k Beweende u, ja, en treur nog voort :
Maar weel ik, wiens ik thands beweene,
Aan wien dees tranenvloed behoort!
Op welk een graf zal ik hem brengen?
Hoe wil men, dal ik hem verdeel'?
Ach! hoeveel tranen ik moog plengen,
Zy allen zijn niet één' Ie veel!
Alexis! — Tedere Adelheide!
O dierbare, onvergeetbre twee!
Ja, 'k fchenk die tranen aan u beide;