Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
kom zijn aan dezulken, die aan l'oortgelijke ondenverpen in de
Poëzy tegenwoordig aanftoot nemen, als aan anderen die in
de Dichtkunst haar waar en oorfpronklijk doel (Godsdienftige
uitboezeming) blijven beminnen en er geen ander in willen.
Zelfs was mijn oogmerk eerst, deze Prozaftukjes met nog eeni-
gen , en alleen een deel van de Dichlftukjens, te famen onder
den afzonderlijken tytel van Betrachtingen uil te geven.Veel-
licht is de naam van Nieuwe ^ïengelingen wel het gefchikfle,
om alles wal wy hier aanbieden te omvatten. Men moge dan
de IVee Deeltjens door eenen afzonderlijken lylel onderfchei-
den voor die het verkiezen, of niet.
liet is moeilijk, eigenlijk Godsdienftige ftukjens, en die van
eene aan de Godsdienst palende ernst altijd wei te onderfehei-
den. Natuurlijker wijze vloeien deze soorten in een; en het ver-
wondere dus niemand, zoo hy, ondanks de aangenomen ver-
dccUng, in het Tweede Deel een of ander vinde, dat zeerwel
in het Eerfte had kunnen plaats vinden. Het oogmerk des
Schrijvers bepaalt hierin veelal meer dan de zaak-zelve, en
het inzicht des Lezers kan hem een slukjen geheel anders doen
rangfchikken. Wy betwisten dit recht hem niel, doch wy ho-
pen niet in het Eerflen Deeltjen te hebben loegelalen, 'tgeen
hy zal oordeelen, naar hel Tweede verwezen Ie moeten wor-
den; alhoewel wy ook vertrouwen, dat dit tweede niemand
ontftichten za!.
Omtrent deze ftukjens van ernftigen of gemoedelijken inhoud
zal ik niet vooruitloopen. Eenige weinigen (drie of vier, meen
ik) die naar Munter gevolgd zijn, doch zeer vrij, uitgezonderd»
zijn zy allen oorfpronklijk. Want den Mesfias na Popc,beftem
ik voor het Tweede Deel. Men fta my toe bet Dichtflukjen van