Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
mm
— J33 —
Voor hem in Hoogflen vierfchaar flaan.
Hy-zelf, hy moet beangst, verdagen.
Het oordeel van zijn Rechter dragen;
fin wordt van 's Wrekers grimmigheid
In d' allerijslijkften der dagen
Door H offerbloed niet losgepleit.
Voor 't eeuwig heil der Uilverkoornen
Is 'l eindloos jammer hem bereid.
O gruwzaam erfdeel der verloornen.
Die 't ongeloof van Jezus fcheidt!
Helaas! wat baat hem 'tijdie roemen.
Zich naar zijns Meefters naam Ie noemen,
Daar 't hart in vuile lusten blaakt.
En (vruchlloos moog men 't zich verbloemen!)
Zijn' Heiland lochent cn verzaakt!
Wat deedt gy, gruwzaamfle aller fnooden! (*)
Gy ook hebt Jezus naam gevoerd!
Gy, duivels in dien naam geboden!
Gy, die Hem meé uw hulde zwoert!
U deed Hem 'l luttel gouds verraden.
Terwijl uw lippen Hem aanbaden;
Ons, lage lust, of nietige eer;
En daar wy Hem in 't aanzicht fmaden,
Noemt ons afvallig hart Hem Heer!
O Heiland, zie, ja zie Gy neder!
O keer ons van dien gruwel af!
Roep, trek, verzamel, breng ons weder!
Uw kudde kent Uw berdersftaf.
O voer baar langs dees dorre heide
(*) Judas Iskarioth.