Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
IX
komsl in Duitsclilaud tot de zoogenoemde verlichten dezer
Kenw te zien rekenen, en dienvolgende een onthaal te ontmoe-
ten dat my op dien grond alles beloofde. Wat zoude ik In deze
verwarring? Esfe quam videri. Ik heb het altijd beneden my
geacht, my tegen het geen my als een kwaad aangelijgd wierd
Ie verdedigen: want wie is mijn rechter dan God? Maar ik
achtle het even zoo beneden my, my niet aan te kondigen
voor die ik was, en een lof op my te nemen, die mijn hart
als een vloek aanmerkte. Ik verklaarde my; en zie daar myne
uitzichten op een beftendig beflaan verdwenen! In Holland zei
men my in 1781: bied de hand aan het omwerpen van het
Staatsgeftel, of gy zult vervolgd worden. In 1795: neem deel
in de nieuwe orde van zaken, of het zal u het hoofd kosten.
Hier was hel: voeg u by den nieuwen Kerk- en Staatsleer, oi'
gy zult verhongeren. Gode zij dank! ik ben en eerst, en daar
na, en ook nu, ftaande gebleven; en Hy, die my in de v;er-
volgingcn verwaardigde met, door mijne befcherming, vervolg-
den Ie mogen redden, die my by de eerfte woede der
Uevolutionisten liet leven gefpaard heeft; Hy heeft my
ook hier (fchoon naar Zijne wijsheid, kommerlijk) brood
gegeven! Dit alles kan misfchien fommigen zeer onverfchillig
zijn, en dezen bid ik, het over Ie flaan, of voor ongelezen
te houden: maar anderen kunnen by H lezen van fommige
Oichl- of Prozaftukjens eene ftellige verzekering van myne
meening zich noodig of nuttig achten. Hier is zy derhalve.
Regeert men ze vollediger, men zie het kleine Stukjen getyteld
zri.fiirninneninci.
In H bijzonder zy dit gezegd met betrekking der kleine Ver-
handelingen welke ter zake van de overeenftemming des on-
derwerps in dit Eerfte Deel, dat voor H Stichllijke is afgezon.
derd, ingevoegd zijn. Deze verdeeling zal wellicht even wel-