Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— m —
De handen hemelwaarl om Jezus eer Ie bieden;
Stort op de knieën neer en roept zijn Godheid aan.
Wat doet gy middierwijl, verblinde Juliaan?
Erkent ge de onmacht van uwe algoón ? buigt ge u neder,
En keert ge, afvallige, tot Jezus zoenbloed weder?
Neen, dit gedoogt uw trots, uw ijdle hoogmoed nooit.
Noch 't purpren Rijksgewaad dal om uw fchoudcrs plooit,
üf dc eedle diadeem die van geftcenlen fchittert.
»t is Jezus, die ze u fchonk, wees op Zijn' naam verbitterd!
Vervolg, en laster Hem, met hart, en pen, en mond.
Daar 't alles om u heen Zijn heerlijkheid verkondt!
Zijn Godheid huldigt, en zich neérbuigt voor Zijn Wetten.
Wat waant ge? 't Christenvolk door uw gezag te pletten?
Helaas! uw Rijk, uw kracht, is in der Christnen hand.
Uw leven hangt aan ben, met dees uw* Vorftenbaud.
Uw lijftrawanten zijn aan Jezus dienst verbonden.
Wat wierdlge, zoo ze, als gy, hun trouw en eeden fchonden?
Maar zelfs uw vuist ontziet te baden in hun bloed;
En dc eerbied voor bun deugd doortintell u 't gemoed.
Wees echter niet vergeefs op 't Christendom verbolgen.
Het zwaard is H niel alleen, daC kracht beeft lol vervolgen.
Goud, eer, en waardighcèn, 'lis alles in uw macht.
Deel ze uit, onthou, ontneem, naar dat gy 't noodig aeht!
De pen, dat wapentuig; meer fchrikbaar dan de degen;
En de algemeenc kreet, die 't krijgszwaard op kan wegen;
Een heir Geleerden, dat der Christnen waan befpot;
Het ijvrcnd Jodendom, de vijand van hunn' God;
Het voorbeeld van den Vorst op 'saardrijks throon verheven,
Nog fterker dan een wel met louter bloed gefchreven,
Dit al verzekert u de fchoonfte zegepraal.
Ja, baast verdelgt gy hen, of zet hun eerdienst paal.
Der Joden Tempelbouw, door u weêr in te wijen.