Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 123 —
GoIieilig<l rundrcnblocd, en krans, en lijkprachllool".
De Geeften (idderen, en, voor bezweering doof,
Verfpreiden zich in 't rond en doen den afgrond kraken.
Verfehrikte Prozerpijn ontwijkt de Tempeldaken
Met uitgedoofde toorts in dompig liol gehuil.
Geen otter rukt dit uur de fchimmen uit heur kuil.
Uier baat geen pleeggekerm noch kracht van tooverrijmen.
Zie 't aangefloken vuur in 't wierookvat bezwijmen.
En de outerkolen zich verdoven in den brand!
Zie d'outerknaap de fchaai ontvallen uit de hand,
En 't Godgewijde vocht langs grond en bodem vlieten!
ik voel de lauwerkroon my-zelv' van 't voorhoofd fchieten,
iin de offerande zich verzetten tegen H flaal.
Een Christen ('l is gewis) ontwijdt onze offerpraal.
Geen outer, geen altaar, hoe fchrikbaar van vermogen.
Dat niel voor d'opllag beeft van hunne onheilige oogen.
O zuiver 't Heiligdom van dees afgrijsbre vlek,
O (^ezar! dat hy wijke cn zich dees kring onltrekk'!
Zoo fpreekt hy, en ftort neêr met doodverf op de kaken.
Als zag hy Christus-zelv' den blikfem los doen braken.
De Keizer-zelf verbleekt, en rukt de kroon van 'Ihair,
En ziet verlegen om door Volk- en Lijfwachlfchaar,
Of mooglijk in 't gedrang zich iemand mocht verfteken,
Wiens Rruisdoop 'l hol gerei des Priesfler kon verbreken.
Een Jongling doet zich op uit *s Vorflen lijfftaffiers,
Wiens kruin de hairlok loont eens blonden Balaviers,
En werpt de fpeerbijl neer, met dubbeld flaal heilagen.
En meldt zich, 't merk des Doops en H heilig Kruis te dragen.
i)e Keizer fpringt te rug, ontvlucht het Heiligdom,
En werpt, in blinde vaart, en Paap en Outer om;
En heel de Lijfwacht helt, daar zij heur' heer ziet vlieden.