Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— iii —
l.nnt eiken dag het zijne dragen,
l'jjunds roepl de plicht u — geef gehoor;
Tliands dringt u 'l hart —doe wel! Wat haat het, dit vertragen'
it) 't weldoen ftelt ge n-zelv', uw eigen vreugd, te loor;
Wat zoudt gy ze aan 't onzeekre wagen?
(ieen vreugde koomt te vroeg. — Geniet ze, grijp haar aan,
Danr God ze u heden loe wil ftaan!
't !s morgen licht te laat: maak nu gebruik van 'lieven!
Refleed het tot dat eind, waar toe het is gegeven;
Terwijl gy 't hebt, en ach! wat weet gy voor hoe kort!
()ni\nttc zorgen, ijdel kwellen,
Zie daar hel geen gy uil moogt ftellen,
Waar nooit iets aan verloren wordt!
De graanoogst roepl u naar den akker,
O bouwman' — H veld ftaat geel, — de hemel toont zich klaar! —
Wal toeft gy? rept de handen, wakker!
Op nmrgen is hy licht van donderwolken zwaar.
O berg hem, berg hem voor den regen.
Dien fchat, dien 't vruchtbre land, dien 'sHemels gunst, verleent,
De vlijt verheugt zich in den Zegen,
Daar traagheid eindloos derft en weent.—
3ïaar neen, uw ijver geeft u fporen ;
liet glimmend zeisfen weidt in 't koren;
(iy zamelt, raapt, en bindt, en tast,
Ker 't dreigende onweêr u verrast;
Geen uur, geen oogwenk gaat verloren.
(Jeen fteile zon noch gloénde lucht,
Vernioeing die naar adem zucht,
(ieen ftroomen bigglend zweet, op de aarde neêrgedropen,
(ieen hartuitblakerende dorst,
Vornaauw l den ijver in uw borsl,