Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— Ito —
Ach ! waar geen harlctranen flroomen ,
Daar kan geen hart U eigen zijn!
Ach! zijn dc tranen in onze oogen,
O God, 6 Heiland, U zoo waard!
Zoo dierbaar aan Uw niededoogen !
Zoo kostbaar op dees fciiuldige aard!
Wat dan, wat kan in 't vluchtig leven
Zoo heilig wezen aan ons hart?
Wat kost Uw wil ons beters geven.
Tot troost, tot redding in de fmart?
Wal wonder dan, zoo 'tfelfte woeden
Voor tranen, zachte tranen, zwicht!
Indien ze in nood de zwakheid hoeden.
Daar ze aan eens wrecdaarts voeten ligt!
Ach, moord en dolheid losgelaten
Vertrappelt waar ze ecn voorwerp vindt:
Wat teugelt razende Soldaten?
Een traantjen van 't onnoozcl kind!
Ach, fpyt cn gramfchap fel ontftoken,
Die in 'tbeleedigd harte broedt,
Doet brein cn ingewanden koken.
En hongert naar zyns vyands bloed.
Welaan! gy moogt dien vyand vellen.
Verwoede, ga! maar zie hem aan!
Zie in zijn oog ecn traantjen zwellen.
En gy vergeeft hem om dien traan.
O lieve kalmflers van het leven!
O lief, ó minnelijk Geflacht!
Wat boezem weet van wederftreven.