Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— iii —
Die aard- en Hemelrijk kan dwingen,
En opftijgt tol der Engten kring?
Die al wat weêrftaal kan verheeren;
Die woede en grampfehap legt aan hand;
Die zee en ftormen kan hezweeren,
Hoe fel de woefte golving brandt?
Wie is die kracht, die Adams loten
De poort des Hemels openbreekt?
Die, heeft Gods Wraak hel aangcfchoten ,
Hel pantfer om haar borst doorweekt?
Die God en noodlot kan bewegen;
Den Hemel op deze aarde troont;
Den vloek verandert in den Zegen;
En, als Hy ftraffen wil, verfchoont?
Die kracht is de uwe, menfchentelgen!
Die draagt gy niel in H bruifchend hart.
Gereed tol Irotfen, weêrftaan, beigen ;
Maar ze is een werking van de fmart.
Die kracht beflaat in forfcher fpieren,
Noch door geen' weerftand dwingbren moed!
Is 't erfdeel van geen woefte dieren,
Noch zetelt in 'l verhitte bloed.
Zy woont by golvende Oorlogsvanen,
Noch waar helmel en fabel blinkt:
Maar fchuilt in tranen, zilte tranen.
Die weemoed uit den boezem dringt.
Ja, tranen die het hart ontfchieten ,
Het harte dat naar redding fmachl!
In die, in hun aandoenlijk vlieten,
In die beflaat die wonderkracht.