Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— iii —
Men fpreekt, men zegt ronduit (want daartoe dient verbloemen?)
Zijn meening: H Koomt my voor. Wat later: Ja, Hgaat vast!
Nu : ^k Blijf u borg daar voor: ik kan mijn Zegsman noemen;
En de Onfebuld wordt verplet van de opgelegde last.
Ach, 'lis des menfchen ftrik door roekelooze woorden
Zich-zelven, eer hy 't gist, rampzalig te verraan;
ï)an onderzoek te doen (*), gewikkeld in de koorden.
Waar uit geen aardfche macht hem ooit vermag te ontllaan,
Zoo deed die Oorlogsman, die d'Ammoniet deed vallen.
O Jefta, welk een lot! het kost uw Dochters hoofd!
(Jod hoort, verhoort, en ftraft. —Waar toe dit ijdel brallen?
Hy vordert, beef, o beef, het geen gy hebt beloofd.
O heilloos woord! Gelofte! o gruwzame offerande!
Maar wreeder nog dat woord, dat de onfchnld fchuldignoemt!
Die uilfpraak (fidderen wy!) ftelt ziel en lijf te pande;
God hoort ze en neemt ze ook aan — gy hebt u-zelv'gedoemd!
180Ö.
Tranen.
— Lacrymis adamanta movebis^
ovidius.
Wie is die macht die ftalen klingen
Verwint en brijzelt, fterveling?
(*) Spreuken XX, 23: waar op deze plaats ziet, moet (denk
ik) dus, naar den grondtext, verftaan worden: »Het is den
menfche een ftrik ( ofwel, ten verderve) dat hy uitroept: Hei-
filig! (dat is, gelofte doet) en na de (gedane) gelofte overweegt/*
De Zeventigen, fchoon hunne lezing zich hier niet gelijk is,
begunstigen (meen ik) dezen zin ook. Lutheus vertaling raakt
kant noch wal.
w. bïldendyk. xix. 8