Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— iii —
Daar oefent meineed zich op blanke onnoozelheid!
Maar Zegen over H Volk, waar 's Rechters vry geweien
De waarheid vorfchen mag in 't innigst van H gemoed,
In de uitfpraak niet geprangd dan door een enkle keten,
Die hem in H ftraiVen voor lichtvaardig ftratfen hoedt!
Ach! dikwerf heeft mijn hand in 't vonnis voor te fchrijven
(lefidderd, en mijn hart van killen fchrik getrild!
))'k Ren overtuigd: de ftraf—zy mag niet achterblijven.
»Wee echter! wee mijn ziel, waar 't, fchuldloos bloed gefpild!
Maar neen, mijn geest was zwak. Een oordeel uit te fpreken
Niets lichter! Elk verftaat en fchikt zich tot die post.
J)e zaak is openbaar — dit is een kenbaar teeken
Dit is een klare blijk! — en daar meé, afgelost!
Of immers: Die H getuigt zou niemand licht beliegen-.
Wat reden heeft de man? zijn woord is niet verdacht.
Ik zie de zaak wel in, en laat my niet bedriegen.
Geen rund dat vlekloos was, werd immer bont geacht.
Daar draaft dan ieder door: Het is____Maar dat wy zwijgen
Doch gy. Veroordeelaars uws naaften! kent gc een' God?
Woudt ge aan gelijken blijk, waar op men aan durft tijgen.
Het eeuwig wel of wee doen hangen van uw lol'
Of wenschl ge dal uw God u-zelv' in 'l hart moogl lezen?
Beandwoordt deze vraag. — Ach, Jezus rechtdag naakt!
»Die oordeelt (zegt Hy-zelf) moet ook mijn oordeel vreezen."
En mooglijk fpreekl Hy vry, die gy zijn vonnis fpraakt!
Wat dunkl u; lust het u, deze uitfpraak af te wachten?
'l Kooml hier op menlchelijke eer, op aanzien, goeden naam
Op menfchengunst, niet aan. Den brave fchuldig achten
Is eindloos meer gewaagd dan een' vergangbren blaam.
Maar ach! men hoort; gewent, door dikwerf iels te hooren
Aan 'l geen verzekerd wordt; men vindt hel minder vreemd
Berust er in, gelooft; vergeet, het na te fporen;
Tot eindlijk zelfs het hart in 'l lastren aandeel neemt.