Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
1805.
— iii —
Door aardfche zaligheid? O ja!
Sla dc Almacht, (la Zijn Goedheid gä :
Geen fchepfel is dat heil befchoren,
En echter, allf s, alles juicht.
Maar wat zijn' Schepper dank betuigt,
Gy durft dien dank in 't hart verfmooren.
O ken uw voorrecht! ken uw' plicht!
Reeds Engel in 't vooruitgezicht.
Hier, Ondergodheid op dees wareld!
Gevallen, redloos ; maar herfleld ! —
Geen zucht, die in uw' boezem welt!
Geen traan, die in uwe oogen parelt! —
Ja, zucht en tranen borlen op.
Ja, flerlling, ieder harteklop
Aamt dank aan 's Allerhoogften goedheid,
O geef Hechts uittocht aan dien dank:
Hy is der deugden eerfte fprank,
Hy, de eerfte bron van alle zoetheid.
Veroordeeling des Naasten.
Zaa ban/ oartjcctt nitt§ boo^ öen tijb.
I COR. iv: 5.
»Dat 's kwalijk! Dat 's niet recht! Daarvoor zou ik my wachten.
»Dat toont geen eerlijk hart, geen braaf, geen vroom gemoed!
«Dat moet, wie edel denkt, zich-zelv' onwaardig achten!
»Onwaardig? 'k Zeg te min. Een booswicht, die het doet!"