Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— iii —
Beklaag u! —Wreed, afgrijslijk Lot! —
Gewis, de Wijsheid van uw' God
Moest alles naar uw wenfehen voegen!
't Heelal is flechts een kleinigheid.
Wanneer men 'tin de weegfchaal leidt,
By uw, uw ingebeeld genoegen!
O dwaas! zoo Aarde en Hemelrond
Eens onder uw bevelen ftond,
Hoe deerlijk vondt gy u bedrogen!
Hoe zou uw opgeblazen waan
In 't gruwzaam wee verlegen ftaan,
Dat gy u-zelv' hadt toegetogen!
Nu lijdt ge? Ja, uit ongeduld,
Uit moedwil, wrevel, eigen schuld.
Gy kost, gy moest, gy zoudt genieten!
't Smaakt al de weldaan van Gods hand ;
Zijn Goedheid houdt het al in ftand,
En doet geluk en Zegen vlieten.
Hy reikt by nooddruft laafenis :
Zijn overvloed vervult uw' disch :
Zijn vreugd klopt aan uw hart, Onwaarde!
Wat fluit gy 't; laat de weldaad in!
Doe open! fmaak Gods menfchenmin!
Uw heil is Hem het hoogst op aarde.
Ach! 't was tot kwelling niet tot ftraf,
Zoo de Almacht u een leven gaf,
Gefchikt tot vormen en volmaken,
't Was, om door aardfche zaligheid
Tot booger vatbaarheên bereid,
Eens nog volmaakter heil te fmaken.