Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— iii —
Wal wil ik dan? —Ik ken my-zclven*
Gelukkig wezen ? — Neen , ó neen ,
Ik ware 't, wilde ik dil alleen;
Maar 'k wil mijn heil uil de aarde delven,
Zie daar, waarom ik eindloos ween!
Niel dat ik 'l waan in 'l goud te vinden ;
In nietigheid van eer ol rang;
In wellusts dartlen looverzang:
Die flikkring zal my nooit verblinden,
Dal daar mijn ijdel hart aan hang'.
Neen; dwaas, die naar die fchaduw jagen!
Maar ik, niet minder dwaas dan zy!
Ik, fpeelpop van mijn hovaardy.
Ik zoek in vleiend zeil behagen,
Ik zoek mijn' eigen heul by my.
Gelukkig zijn door eigen krachten,
Naar eigen keur, op eigen wijs:
In 't midden van uw paradijs
Naar de onverteerbre doodvrucht trachten:
Zie daar mijn misdrijf en zijn' prijs!
Maar neen! Gy opent my mijne oogen.
Zoo lang (helaas) moedwillig blind.
Vergeef het, Vader, aan uw kind !
Ik wil met dankbaarheid gedogen,
liet geen Gy-zelf my dienftig vindt.
Met wederftrevig tegenwroeten
Te worftlen met uw Albeftuur:
Hel hoofd op nooddwangs ijzrcn muur