Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— m —
Wat zoudt Gy, dan mijn heil bedoelen.
Indien ik 't zelf niet van my fliet?
Ik, ik ben de oorzaak van mijn fmarle;
Ik-zelf, aan ijdelheid verknocht.
Die heil in H valfcbe fchijngocd zocht.
Tot nawee van 't bedrogen harte
Door dwaasheên, en te duur, gekocht.
Ik-zelf, ik fchiep my ramp op rampen
Uit alles wat Uw gunst my fcbonk.
Dc morgen rees, de dagkim blonk.
En ik, ik zocht de donkre dampen
Van de akeligftc graffpelonk.
Gy riept — Ik fluimerde. Ach, ik hoorde.
En volgde Uw roepftcm, flil, gedwee!
Maar, d' cerften voelflap dien ik deê
Verflaauwdc de ijver die my fpoorde.
En 's warelds dwaasheid fleept my meé.
Gy trok— Met fidderende handen
Grijpe ik de hand my toegeftrekt.
Maar ach, vergeefs is 't, wat my trekt!
Te lief zijn my mijne aardfche banden,
Dan dat mijn hart ze verder rekt.
Ik hef my op; maar ben te fchcuren,
Ilcn af te werpen , waar tc veel.
U vraag, U wensch ik tot mijn deel,
Maar durf geen herfenfchim verbeuren
Van eigendunklijk zclfgeftreel.