Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— iii —
Waar in ik my verlieugen mag,
Ach! gislren is voorby gegleden,
In angst, en weemoed, en beklag.
In weemoed, ja, en wreede zorgen,
Voor dreigend, voor genakend kwaad.
Waar dag aan dag van zwanger gaat!
En echter vraag ik aan den morgen,
Wat vreugde hy my hopen laat?
Neen, droelheid oogften, ftervelingen,
Wat anders wacht gy op eene Aard,
Met 's Iloogften fchrikbren vloek bezwaard,
liet vrolijk Hallelu-jah zingen
Is voor een beter oord bewaard.
Met fmart uit 's moeders fchoot geboren,
Ontfangt gy 't leven met geween ;
In ftaage fmarte vliet het been;
Met fmarte wordt het weer verloren:
liet fchreien voegt ons, dit-alleen.
Waar was ooit ftervling zoo vermetel.
Waar, aangebeden Wareldvorst,
Die aan zijn hart verzeekren dorst:
»Ik ben gelukkig op mijn' zetel,
»Daar heerscbt geen kwelling in mijn borst?"
En ik, ik durf met blijdfchap vragen,
Wiens jeugd in enkle ramp verliep!
Ik, wiens vervolger nimmer fliep!
Ik, die van al mijns levensdagen
Niet eeneu, zoo ik mocht, herriep!