Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— iii —
O Heiland! leer ons hart fteeds voor zich-zelve waken!
Ach , telkens ftaan wy bloot voor plicht- voor Godverzaken.
O waak Gy met ons! hoed, behoed ons in dees nood!
Schiet d'eigen ftraal op ons, dien Ge op Uw'Petrus fchoot!
Een* oogftraal van verwijt, die 't fehuklig hart doe beven
En met berouw vervult, maar tevens van vergeven!
Schenk ons dien moed niet, die op eigen kracht zich leunt,
Op de uitzicht van een hoop, die 't middel aankleeft, fteunt.
Of eigen glorie zoekt in 't geen Gy geeft te lijden;
Maar laat ons in Uw kracht, met hel en wareld ftrijden,
Ons hart bedwingen, en het zuivren van den waan!
Wied, wied dit onkruid uit, by 'l kiemend tarwegraan!
Ach! leid ons aan Uw hand, is 't niet langs rozenpaden,
(Gy weet wal ons behoeft, en wat ons hart zou fchaden)
O door die doornen dan, wier kwelfing zegen is!
Geef in den gloed des daags ons, moeden, lafenis!
Verftendig aan ons hart Uw voorzorg, Uw bewaring!
Verlicht ons op Uw' weg door Geest en Openbaring!
Verzwaart zich 't leed fomwyl, geef; Heiland, geef geduld!
Vernieuw ons wat Ge leedt om onze zondenfchuld,
En leer ons, op Uw fpoor, hel kruis gewillig dragen;
]Siet morren, niet ons-zelv', ons niel van God beklagen!
U ofFren 't geen wy zijn, en buigen onder 'lleed,
Verzekerd van Uw liefde, als die Gy nooit vergeel!
1803.
Vreugde.
O^aft Dcbcn mijnE iiïargt tuebc^fiinnnigïjcib
JOB.
Waar in verblijdt mijn hart zich heden?
Wal brengt, wal geeft mij deze dag.