Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— —
De Salan, Gierigheid, die heel zijn ziel verzwartle,
'lGeloof, de waarheid-zelf die in zijn' boezem fclieen,
Te hulp nam tot een' glimp der groolfle afgrijslijkheên,
't Verraad op dat geloof, als op een' grondilag, bouwen.
En, als onfchaadlijkbeen, met koelheid aan deed fchouwen.
Wat was 't? zijn feit gelukt; maar Jezus redt zich niet!
Zijn dood flaat vast, genaakt! — en gy, die Hem verriedl.
Wat doet, wal zult ge thands?— Mijne oogen, ó mijne oogen.
Mijn hart, ó keert u af! gy wordt te veel bewogen!
Wat wanhoop haalt by deze! ó Affchrik! ó Eilend!
0 fiddring voor een lot, dat nergens weerga kent!
Zie daar de vrucht van 't hart aan eigen waan tc hangen!
Men beeldt zich de uitkomst voor, men wacht haar mcl verlangen;
En welke? — die de ziel, naar eigen' aardfchen zin,
In haar verblindheid wenscht, vervuld van eigenmin.
Die waant men in Gods woord, die in zijn harl te lezen;
En ze is uit wanbefef, uil zellgevlei gerezen.
Daar hoopt, daar fleunt men op. Die maakt men, onbedachl,
Den grondflag van zijn' moed, de bronwel van zijn kracht.
Daar rekent ons verftand, daar duizenden van tochten
(Die zich in 't menschlijk hart met elk gevoel verknochten,
En wien de reden zelv haar eigen voorfpraak leent)
Met meer vcrzeekring op, dan 't vaslfte rolsgefteenl'. (den!"
»'kBezwijk niet; neen, 'khouftand! mijn moed heeft vaste gron-
; Maar acb , de hoop wordt waan, en de uitkomst valsch bevonden.
En 'tbart, dat niet op God, op zijn genoegzaamheid,
^ Maar 't vleiend middel zag, is door zich-zeif misleid.
I Wanhopig, twijfelt het aan de Almacht die 'tgehengde,
Om dat het met zijn' God zijn' eigen' waan vermengde:
1 Dan valt hel in den flrik, begeeft zich-zelf en God,
Verlochent Jezus kruis, en houdt Zijn woord voor fpol!