Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 98 "
»Mcn vair voor Jezus recht! Hy zal den throon befiijgcn!
»Hls groolsch, te fterven aan zijn voelen — voor Zijn zaak!
»Ja, Jezus, 'k fierf voor Ü , en 1'neuvel met vermaak."
Zie daar zijn hartetaal. Maar hoe! wat fchrikbre ontroering
Zijn Meeltcr wraakt zijn drift, beftrafl zijn geestvervoering,
Gebiedt hem, M bloedig zwaard Ie gijzien in de fcheê,
Neemt band en boeien aan, onweerbaar en gedwee — l
Daar ligt zijn uitzicht; daar, hel heil waarop hy hoopte;
Daar, alles wat zijn drift met gloénde prikkels noopte!
»Neen (zegt zijn zuchtend hart), 'lis alles afgedaan.
»Mijn hoop, mijn duurfte hoop ... 'l heeft alles my verraan.
'l Was Petrus die dus dacht; zoo dachten ze ook die vloden
Steeds voedden ze in hun hart H vooroordeel van de Joden
Zoo deed de ontmenschle mee, wiens eeuwig vloekbre mon
Den Heiige door zijn kus in 't heilig aanfchijn fchond:
(Die kus, vervloekter dan de vuist- en rielflalllagcn,
Die 'l heilig aangezicht van 'l Koomsch geboefl moesl dragen
Aan wie zy toegang gaf!) dal belfche Schrikgedrocht,
Dat Jezus, dat zijn' God voor nielig (lijk verkocht.
Hy kende Jezus leer. Zijn kracht. Zijn wonderdaden.
Zijn dood was 't oogmerk niet, bel doel van zijn verraden.
Neen: »Jezus, Davids zoon, en wien Zijn zetel wacht,—
Neen: »Jezus, Hy wiens naam der Duivlen macht verkracht
»Hy wordt hel otfer nooit van hun die Hem belagen.
»Wat zijn hun pogingen om legen Hem te flagen !
»Ik neem bun geld gerust: ik zal Hem hun verraan,
»En juichen, als één woord hen-allcn af zal flaan!
»Hun haal bedriegt hen! Goed, ik wil bun blindheid dienen
»En leevren in hun hand den Zoon van d'Ongezienen;
»En de uitkomst kan niel zijn dan lot hun griefbren hoon,
»En plaatst mijn' Meefter lichl op 's aardrijks hoogften throon !
Zoo fprak des booswichts hart: zoo, in dal gruwzaam harte