Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— ir? —
Zoo zij het! — Maar wat wordt van 't plichtelijk befluit,
Als ge uw verwachting mist, uw uitzicht ziet geftuit,
n omdwaalt in een nacht van diepe onzekerheden ,
leen redding mooglijk ziet, geen troost vindt in gebeden?
Als, neêrgellagen, en verpletterd in 't gemoed,
)e Wanhoop om u waart, en in uw boezem wroet?
Zult, zult ge uw hart dan nog, u-zeiven nog bewaren;
>f laten, met de hoop, geloof en Godsdienst varen? —
Zie Petrus, en beproef, of ge in dat oogenblik,
ieftendiger dan hy, weèrftaan hadt aan den (chrik?
Dank, Jezus, dat voor ons de heldre dag mag fchijnen!
Jw dood, Uw hemelvaart, verfchoof de tentgordijnen.
Waar in Uw Heerlijkheid zich nog voor de aard belloot,
£n Hechts een' llaauwen glans op uwen keurling fchoot.
(Vch! Petrus Jodendom verwachte in U zijn' Koning,
^och kenbaar , niet als God , maar door Zijne aardfche kroningj
ly brandde, om in Uw hand den fcepterftaf te zien,
)ie de aarde en Davids Kijk vrijmachtig zou gebièn,
)cn Volken met Uw' voet don ijzren nek vertrappen;
n waande U reeds gereed om op den throon te flappen.
Vergeefs had Ge Uwen dood, Uw lijden, en 't verraad
Van dees afgrijsbren nacht, vergeefs Uw diepe fmaad,
In plaats van 't fchittrcn van een Majefteit vol luifter,
Voorfpeld: hij hoorde 't, ja, maar alles bleef hem duifter.
Zijn hart, zijn gantfche ziel, toen 't aankwam op geweld.
Dacht dit uw' zegepraal, en Davids throon herfteld.
O welk een moed en drift, wanneer de wapens blonken;
Dntgloor hem! 'k zie zijn oog van gloed en blijdfchap vonken,
Nu, Hemel! is 't het uur! nu valt der Heidncn macht!
Zy Jezus dreigen! zy! — die Englen heeft tot wacht!
»Voor wie de Duivlen vlién, de zee en winden zwijgen!
W. RILDEIIDYK. XIX. 7