Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— iii —
Dit zal en liefde en hoop herroepen uit heur graf,
En Jezus heilgen& wischt dees uw tranen af.
Dan, laat zich de oorzaak niet van zulk een zwakheid fpcurer
Myn hart, doorzoek u-zelf! — Vergeefs met valfche kleuren
U voor u-zelf vermomd. — Vergeefs u-zelf gevleid
Met meer, met fterkermoed, met meer ftandvastighcid!
Vergeefs u-zelf beloofd voor uwen God tc fterven!
Wat Petrus driemaal deed, gy deedt het bonderdwervcn!
Ja, riep de Godsdienstplicht u mooglyk naar 'tschavot,
'k Geloof het, ge ondergingt en troostte u H gruwzaam lot;
Maar dit kon Petrus ook: hy dorst den dood Irotfceren,
Hy was een' dood getroost, die Jezus kon verwcercn!
Hy bood zich tol den ftryd met heel een' krygshoop aan,
Wiens fchrikbre meerderheid hem ylings neer moest flaan.
En echter, by bezwykt, waar 'l niet op bloed en flachling.
Maar fchimp, en fpotterny, en fmaadheid, en verachting,
En moedwil aankoomt van verachllyk Helgefpuis.
Een fchimpfchoot, ach! is meer dan 't fchrikbaarsl krygsgedruisc
Der wapens, dan 'l fchavot, met gecsfels, zwaarden, koorden
Men biedt de borst aan't fiaal, men vreest verachtbre woorden
Zoo zyn wy, menfchen! zoo aan d'afgod van deze aard,
Die ydele Eer, gehecht, die zoo veel jammers baart!
Hem offren we onze rust, ons welzijn, onze dagen;
Hem, wal ons dierbaarst is, cn wal we in 't harte dragen!
Hem (Hemel!) zelfs den God op Wien ons hart vertrouwt:
Neen, Christnen, dit 's te veel — W^ees hier heldhaftig ftout
Smaad wat verachtlyk is I — Kan wierook van die handen
Bekoorlyk zyn voor u, die God geen wierook branden?
Den Duivlen roken in hun eigen hovaardy?
En — is de fmaad geene eer, die Jezus deelt ah gy? —
Ja, zegt ge, ik wil me aan God en aan myn'Heiland kleven
De haat vervolge of fpotl'. Hem wyde ik dood en leven !