Boekgegevens
Titel: Praktisch cijferboekje voor de lagere scholen
Deel: II Tiendeelige getallen
Auteur: Bierens, A
Uitgave: Breda: H.J. van Wees, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200252
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Praktisch cijferboekje voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 9 -
§ 2. (1)
i. — JA>sjfi besteedt in eenen winkel twee en zestig en
een halven cent; hoe veel moet zij van een' rijksdaalder
lerug ontvangen ?
2 — Hoe veel is het verschil: a) tusschen 140 ellen 5 palm
6 duim 3 strepen en 67 ellen 6 palm 3 duim en 8 strepen;
6) lusschen 8 ellen 6 duim en Ö strepen en 24 ellen 6 palm
en 4 strepen; c) tusschen 4 palm 1 duim en 4 604 strepen?
5. — Hoe veel is: a) 86 pond 4 ons 3 lood 6 wigtjes en 8
korrels meer dan 75 pond 8 lood en 9 wigtjes, en 6) 5 ons
7 lood 4 korrels meer dan 9 lood 8 wigljes en 7 korrels?
4. — Als men van 2.5 schepel erwten driemaal 7 kop en 5
maatjes heeft afgenomen, hoe veel heeft men dan telkens
overgehouden?
5, — Wat is hel verschil : a) tusschen 15 kan 6 maatjes 5
vingerhoeden en 1 8 kan 5 maatjes 3 vingerhoeden, en b)
lusschen 50 vaten 8 kan en 7 vaten 8 maatjes 5 vingerh ?
6 — Iemand heefl een weg af Ie leggen van 72 mijlen 20
roeden en 6 ellen; als hij nu reeds 37 mijlen en 8 ellen
gevorderd is, hoe ver is hij dan nog van zijne beslemming
verwijderd?
7, — Trek af : a) 7 mud 8 schepel 6 kop van 17 mud 4
schepel 5 kop; 6) 15 mud 7 kop 4 maatjes van één last.
8 — De landman P, heefl 16 bunders 8 roeden 75 ellen
bouwland. Wanneer hij daarvan aan A. 3 bunders 25
roeden 60 ellen, en aan B 5 bunders 48 roeden 5 ellen
verkoopt, hoe veel houdt hij dan nog over?
9. — Een houtkooper heeft 12 wis 125 kub. palm beuken-
hout; daarvan levert hij aan jufvrouw L. 4 wis 175 kub,
palm on de rest aan den heer S.; hoe veel ontvangt de
laatste meer dan jufvrouw L?
10. — Op eene schuld van /lOOO wordt betaald /•254.25,
vervolgens nog /•194 75 en/'452 623; hoe veel blijft er
nog te betalen?
(1) Men gewenne den leerling een volkomen antwoord op de
vraag Ie geven; bij v. voorstel 1 : Zij moet lerug ontvangen
250^62.5 = ccuU.