Boekgegevens
Titel: Kleine schets der Nederduitsche taalkunde, tot bijzonder gebruik in de school te Zaandijk
Auteur: Barnouw, Pieter
Uitgave: [S.l.: s.n.], 1837 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1200
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200200
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleine schets der Nederduitsche taalkunde, tot bijzonder gebruik in de school te Zaandijk
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 17 -
Holland, Frankrijk ena. Hiervan zijn dus uitgezon-
derd , de Rijp , de Helder, de Lemmer , 's Hage ,
('s Gravenhage) , de Betuwe, de Veluwe enz.
Onzijdig zijn ook de naamwoorden, van de onbe-
paalde wijs der werkwoorden gevormd, als: het schrij-
ven , het lezen, het rekenen; alsmede van bgvoegelgke
naamwoorden, als: het rond, het vlak, het ruim, het
scherp enz.
Insgelijks de eener geheele stof of van een'erfe,
als : hout, glas, tin , zilver, goud enz.
Zoo ook de naamwoorden, van de onbepaalde wgs
der werkwoorden afgeleid, die het voorzetsel ge ont-
vangen en den uitgang en weglaten , hetz^ dezelve eene
reeds volbragte of nog voortdurende werking voorstellen,
als: gebak, gebroed, gebouw, gelag, gebod, gebied
enz. alsmede, gewemel, geklink, gekerm, gejuich,,
gebaf, gejangel enz.
Ook zijn onzgdig, de naamwoorden van werkwoorden
afkomstig, die de voorzetsels be, ge, ont, ver, mis,
toe enz. hebben, als: hevel, gebouw, onthaal, ver-
slag, misbak, toeval enz.
Verder zijn onzgdig die naamwoorden, welke idt een
oorspronkelgk zelfstandig naamwoord bestaan, maar,
die het voorzetsel ge vóór, en den uitgang te achter
aan hebben, als : geboomte , gehemelte , gevogelte en
derge'ijke,
Onzgdig zijn mede afe verkleinwoorden, als: boompje,
hoedje, mutsje, vrouwtje enz.
Nog zijn onzgdig de naamwoorden, die in se/uitgaan,
en van werkwoorden afkomstig zijn, als: baksel, dek-
sel, voedse'l, kooksel enz.