Boekgegevens
Titel: Kleine schets der Nederduitsche taalkunde, tot bijzonder gebruik in de school te Zaandijk
Auteur: Barnouw, Pieter
Uitgave: [S.l.: s.n.], 1837 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1200
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200200
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleine schets der Nederduitsche taalkunde, tot bijzonder gebruik in de school te Zaandijk
Vorige scan Volgende scanScanned page
VOORNAAMSTE KENMERKEN DER GESLACHTEN
DER ZELFSTANDIGE NAAMWOORDEN.
§ l. Mannelgk geslacht.
Tot het mannelijke geslacht behooren alle eigen namen
van mannen, als : Wiüem, Pieier, Jan enz. Ook
alle namen van mannel^ke eigenschappen of bedierün-
gen, als: heer, boer, honing, vorst enz.
Veider alle zelfstandige naamwoorden , die ia ier, er
en aar eindigen, van werkwoorden en andere zelfstan-
dige naamwoorden afgeleid, als: tuinier, herbergier,
kuiper, helper, leugenaar, makelaar enz.
Ook de namen van werktuigen, die van een werk-
woord afgeleid zijn, en op er uitgaan, als: looper,
stamper, passer, houwer, klopper enz.
Mannelgk zijn ook de naamwoorden, welke op zich
selven vrouwel'gk of cnzijdig zgn, wanneer men daat-
mede eeri mannelijken persoon bedoelt, ah: ondeugd,
hooswicht, voorspraak, een bloed enz.
Tot het mannelijke geslacht behooren mede de namen
van steenen, die van eene bijzondere soort zijn, of tot de
edele gesteenten behooren, als de agaat, de smaragd ,
de topaas, de diamant enz.
Wijders de naamwoorden, die op dom uilgaan, wan-