Boekgegevens
Titel: Kleine schets der Nederduitsche taalkunde, tot bijzonder gebruik in de school te Zaandijk
Auteur: Barnouw, Pieter
Uitgave: [S.l.: s.n.], 1837 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1200
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200200
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleine schets der Nederduitsche taalkunde, tot bijzonder gebruik in de school te Zaandijk
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 13 —
bepalen dus de wgze van werking. Men onderscheidt
dezelve in vele soorten, waaronder echter die van tgd,
plaats en hoedanigheid de voornaamste zijn. Sommige
dezer woorden hebben, even als de bijvoegelijke naam-
woorden, trappen van vergelijking, als: spoedig, spoe-
diger , spoedigst enz.
F'legwoorden verbinden enkele woorden en soms ge-
heele denkbeelden aan elkander. Zij worden ook in
verschillende soorten verdeeld, doch voornamelijk in
enkele of wortelwoorden, in afgeleide en zamengestelde
als: le. era, nog, dan, maar, afi. deels, wgders ,
gevolgelijk, 3«. alhoewel, omdat, insgelijks enz.
Voorzetsels drukken het verband of debetrekking uit,
waarin de woorden tot elkander staan, voornamelijk
tusschen de naamwoorden en de werkwoorden. Zij
komen meest vóór de woorden, wier betrekking zij tot
andere aanduiden, en heten daarom voorzetsels. Men
verdeelt dezelve in onscheidbare en scheidbare voor-
zetsels als le. oni, ver, be, ge enz., ae. uit, door,
in, na, voor enz., (zie verder bij de zamengestelde
werkwoorden.) De voorzetsels beheerschen tegenwoordig
den 4den naamval.
Tusschenwerpsels zgn de uitdrukselen onzer gewaar-
wordingen, als: van vreugde, droefheid, verwondering
enz. Men onderscheidt dezelve in twee soorten, als:
inwendige en uitwendige. Tot de eerste behooren eit
h<! ach! helaas! o! foei! tot de tweede, bons! klets!
flap! enz. De tusschenwerpsels drukken eigentlijk geene
denkbeelden uit.