Boekgegevens
Titel: Kleine schets der Nederduitsche taalkunde, tot bijzonder gebruik in de school te Zaandijk
Auteur: Barnouw, Pieter
Uitgave: [S.l.: s.n.], 1837 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1200
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200200
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleine schets der Nederduitsche taalkunde, tot bijzonder gebruik in de school te Zaandijk
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 9 -
het onderwerp niet zelf de werking verrigt, maar die )
door een ander moet ondergaan. Zi] worden gevormd
van hel verledene deelwoord der bedrijvende werkwoor-
den, met de bovengenoemde hulp~werkwoorden zijn en
worden.
Onzedige werkwoorden sgn die, waarvan de han-
deling niet op een ander voorwerp overgaat, maar in
het onderwerp bepaald bl^, als: zitten, slapen,
waken , liggen , knikkeren enz. Deze kunnen nimmer
in den lijdenden vorm overgaan, dan alleen in den
onbepaalden zin der werking, als: daar wordt ge-
slapen , gewaakt, geknikkerd enz.
Sommige dezer werkwoorden echter, komen dan
eens als bedrijvend en dan weder als onzijdig voor,
als : krimpen, het laken krimpt, en , de kleermaker
krimpt het laken; de boter smelt, en , zgr smelt
boter, enz.
IVederkeerige werkwoorden drukken eene handeling
uit, die wel uit het onderwerp uitgaat, maar weder
tot hetzelve terugkeert, als : zich schamen, zich beden-
ken, dek branden enz. Deze terugkeerende werking
geschiedt door de bijvoeging van wederkeerige en per-
soonlijke voornaam woorden, met het onderwerp over-
eenkomende, en daarom kunnen de meeste werkwoorden
als wederkeerige gebruikt worden. Zoo zegt men: ik
schaam m^, gij bedenkt u en zg brandt zich.
Onpersoonlijke werkwoorden noemt men die, welke
geene personen of persoonlijke voornaamwoorden vóór
zich dulden, als : regenen, waaien , sneeuwen enz.,
want men zegt het regent, het waait, het sneeuwt.
Zoo ook de werkwoorden smarten, berouwen, jamme-