Boekgegevens
Titel: Kleine schets der Nederduitsche taalkunde, tot bijzonder gebruik in de school te Zaandijk
Auteur: Barnouw, Pieter
Uitgave: [S.l.: s.n.], 1837 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1200
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200200
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleine schets der Nederduitsche taalkunde, tot bijzonder gebruik in de school te Zaandijk
Vorige scan Volgende scanScanned page
_ 7 —
of eene bezitting aan, als: m^n, wt>, zijn, haar enz.
De bezitlelgke voornaamwoorden van den eersten
en tweeden persoon, schikken zich, zoowel in het
enkel- als meervoud, in geslacht en getal alleen
naar de bezetene zaak, die van den derden persoon
ook naar den bezitter.
De wederkeerende voornaamwoorden brengen de wer-
hing op den werkenden persoon, op het onderwerp
terug, en komen derhalve in den 4den of soms in den
3den naamval naast het werkwoord , als: h^ schaamt
zich, hij beeldt zich dit in.
Vragende voornaamwoorden dienen, om naar ■''per-
sonen of zaken te vragen, zij zijn: wie? welkt? wat?
Aanw^zende voornaamwoorden dienen, om als op de
bedoelde voorwerpen te w^zen; zij staan doorgaans vóór
de naamwoorden, als: deze, dia, geneoi zij komen
in betrekking tot een voorafgaand naamwoord achter
hetzelve.
Betrekkelijke voorjMamwoorden komen na de namen
der voorwerpen, waarop zjr betrekking hebben , om die
door eene omschrijving nader Ie bepalen. Zij zgn: die,
dit, wie, welke , wiens, welks enz.
De laatste drie soorten van voornaamwoorden,
welke dan als vragende, dan als aanwijzende en
dan weder als betrekkelijke voorkomen, hebben, in
al die gevallen, eenerlei verbuiging.
§ 4. Vervolg der taaldeelen. Tweede hoofdsoort.
Werkwoorden.
Werkwoorden drukken eene beweging, eene rust, een
bestaan , eene werking en een lijden der voorwerpen vit.