Boekgegevens
Titel: Taaloefeningen voor de lagere school
Auteur: van Agt, Martin P.
Uitgave: Tiel: D. Mijs, ca. 1880-... *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1161
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200186
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Taaloefeningen voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
/ ■ ■ .
a. Het paar^ draaft; — de vogels bouwdèri-aes-
ten; — ik hebbeen mooi boek gelezen; Piet, zal
op tijd in de school z^; — het weer is mooi; —
mijn vader was soldaat geworden.
In elk dezer zinnetjes komt een vorm van een werk-
woord voor: draaft van het werkwoord draven;
bouwden v v « houwen;
heb gelezen , , „ lezen;
zal zijn „ „ zijn;
is „ , „ zijn;
was geworden „ „ „ worden.
1.
Schrijf uit de volgende zinnetjes den vorm van het
werkwoord op en daarnaast het werkwoord.
De koe graast. De vrouw schrobt den vloer. De
wandelaar dronk een glas bier. De dief stal een
horloge. Het kind bad voor zijne ouders. De boomen
hebben hun loof verloren. Wij schreven het voor-
beeld na. Mijn zusje is niet in de school. Gij waart
op het ijs. De kroonprins werd generaal. De sol-
daten grepen hun geweren. Hot geheele gebouw
stortte in. De vijand viel onze troepen aan. Wij
hadden ons krachtig verdedigd. De soldaten groeven
diepe kuilen. De maan ging onder. De zon kwam
op. Ik week geen voetstap terug. Mijne jeugd is
snel voorbijgevlogen. Hij sprak mij niet togen.
Bv. de koe graast — graast van het werkw. grazen.