Boekgegevens
Titel: Taaloefeningen voor de lagere school
Auteur: van Agt, Martin P.
Uitgave: Tiel: D. Mijs, ca. 1880-... *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1161
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200186
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Taaloefeningen voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
uit den bedrijvenden zin, is bepaling geworden van
het gezegde.
Zinnen, waarin men op bovenstaande wijze uit-
druiit, dat het onderwerp de werking lijdt, heeten
lijdende zinnen.
Eiken bedrijvenden zin met een voorwerp kan men
in den lijdenden vorm overbrengen.
37.
Schrijf 10 bedrijvende zinnen en maak ze daarna
lijdend:
Bijv.: Ik roep den knecht.
Door mij wordt de knecht geroepen, of:
De knecht wordt door mij geroepen.
l. Wanneer men bedrijvende zinnen in lijdende
verandert en omgekeerd, moet de beteekenis der
zinnen in beide vormen dezelfde zijn. Maak ik nu
den bedrijvenden zin: Ik eerde altijd mijn ouders
lijdend door te zeggen: Door mij worden mijne ouders
altijd geëerd, dan is de beteekenis niet dezelfde. Dat
komt, wijl ik in den lijdenden zin een anderen tijd-
vorm voor het werkwoord koos dan in den bedrijven-
den. Verander ik worden in werden dan is de be-
teekenis van den lijdenden zin dezelfde als die van
den bedrijvenden.
In een lijdenden zin moet dus het werkwoord in