Boekgegevens
Titel: Taaloefeningen voor de lagere school
Auteur: van Agt, Martin P.
Uitgave: Tiel: D. Mijs, ca. 1880-... *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1161
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200186
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Taaloefeningen voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
26
gerust — bouwen. Straf verbetert — Loepen be-
vordert — Verdriet ondermijnt — De soldaat bracht
zijn vijand — toe. De gierigaard stapelt — op. De
zon geeft ons — en — .
35.
De leerling schrijft een brief. Het ding, aangeduid
door het woord brief, ontstaat door de werking
schrijven. Een brief is hier voorwerp.
Schrijf nu ook 10 zinnetjes, waarin een ding
genoemd wordt, dat ontstaat door de werking: met-
selen, bouwen, graven, bakken, smeden, brouwen,
timmeren, schilderen, teekenen, schrijven.
36.
Schrijf nu zelf 15 zinnen op, waarin een voor-
werp voorkomt.
k. In bedrijvende zinnen is, zooals wij zagen,
dikwijls een persoon of een zaak, die de werking
lijdt of ondergaat. In den straks gekozen zin: De
regen besproeit de velden, kan ik dat duidelijk laten
zien, wanneer ik hem omzet op deze wijze: Door den
regen worden de velden besproeid. De velden, oorzaak
van den vorm van het gezegde worden besproeid,
is nu het onderwerp; door den regen, het onderwerp