Boekgegevens
Titel: Taaloefeningen voor de lagere school
Auteur: van Agt, Martin P.
Uitgave: Tiel: D. Mijs, ca. 1880-... *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1161
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200186
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Taaloefeningen voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
33.
Schrijf 15 bedrijvende zinnen op met éene of
meer bepalingen.
i. In bedrijvende zinnen komen dikwijls bepa-
lingen voor, die personen of zaken aanduiden, welke
de werking lijden, ondergaan. Die bepalingen heeten
voorwerijen. Een kenmerk der voorwerpen is, dat
zij antwoorden op eene der vragen ivie, wien of wat?
Zegt men: De regen besproeit de velden, dan be-
teekent het gezegde eene werking. Het onderwerp
regen verricht de werking, de velden ondergaan,
lijden ze. De regen is besproeiende, de velden zyn
besproeid wordende. De velden heet daarom voorwerp.
Op de vraag: ivat besproeit de regen ? zal het
antwoord luiden: de velden.
34.
Schrijf bij de volgende zinnen een voorwerp.
De vrouw vertelde — De boer oogst in den
herfst — Sterke dranken benadeelen — Het gebruik
van onzuiver drinkwater veroorzaakt — De jongen
schrijft — De ouders beminnen —■ De rupsen ver-
nielen — De zee verzwelgt — Het water brengt —
De koopman berekent — De vogels kunnen niet