Boekgegevens
Titel: Taaloefeningen voor de lagere school
Auteur: van Agt, Martin P.
Uitgave: Tiel: D. Mijs, ca. 1880-... *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1161
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200186
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Taaloefeningen voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
geschonken, worden niet beloond, maken uit, sterven
jong, hebben verouderd, zijn gewaarschuwd.
28.
Gebruik in 10 zinnen eene bepaling, die antwoordt
op de vraag waarheen?
Bijv.: Een troep landverhuizers vertrok naar
Amerika.
29.
Welke bepalingen behooren in de volgende zinnen
bij het onderwerp, welke bij het gezegde?
De kleine jongen loopt voorzichtig. De luie leerling
vordert in de school langzaam. Hooge eiken wortelen
diep in den grond. Gij moet gewasschen aan de
tafel verschijnen. Mijne goede moeder is plotseling
gestorven. Eene matige levenswijze bewaart voor
ziekten. De wilden van Amerika komen gedurig in
strijd met de beschaafde Amerikanen. Een streng
onderzoek brengt meestal de waarheid aan het licht.
Het zachte gekir der tortel stemt tot weemoed.
Bijv.: De kleine jongen loopt voorzichtig. Kleine-
bepaling van jongen (onderwerp); voorzichtig-bepaling
van loopt (gezegde).