Boekgegevens
Titel: Taaloefeningen voor de lagere school
Auteur: van Agt, Martin P.
Uitgave: Tiel: D. Mijs, ca. 1880-... *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1161
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200186
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Taaloefeningen voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
10.
Gebruik de volgende woorden als onderwerp van
goede zinnen:
Het paard — ik — het onweder.
De leeuw — de herfst — het ijs.
De dief — een kind — de ezel.
Een leerling — onze ouders — de arbeider.
13.
Wijs in de volgende zinnen het gezegde aan door
onderstreping:
Het geluid is hoorbaar. De koekoek roept luid.
Wij zullen tevreden zijn. Ik ben niet gelukkig. Eene
aalmoes verarmt niet. Tegenspoed drukte hem neder.
De vijand werd herhaalde malen verslagen. De knaap
was gehoorzaam. Piet wordt soldaat. Het paard
draaft netjes. Hoog in de lucht zingt de leeuwerik.
De luiaard blijft dom. De matrozen roeiden naar
het strand. De zon schijnt. De vrouw schijnt handig.
14.
Wijs in de volgende zinnen het onderwerp aan
en verander daarna de zinnen in vragen.
De reiziger zal vermoeid zijn. Ik ben ziek. De
maan was zichtbaar. De straat is schoon geveegd.
God is de vader der weduwen. De schuldige zal