Boekgegevens
Titel: Taaloefeningen voor de lagere school
Auteur: van Agt, Martin P.
Uitgave: Tiel: D. Mijs, ca. 1880-... *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1161
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200186
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Taaloefeningen voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
10
bakt wijst de werking aan, waarvan hier sprake is;
de hakker duidt den persoon aan, die de werking
verricht en een brood wat door die werking ontstaat.
Wij zien dus, dat er van een hakkenden hakker en
een gebakken ivordend brood sprake is. —
6.
Hier volgen zinnetjes, waarin een persoon en een
zaak in betrekking gesteld zijn tot een werking.
Laat die betrekking duidelijk zien.
Het meisje breit een kous.
De soldaat verdedigt het vaderland.
De slachter slacht een os.
De heer doodt zijn razenden hond.
De moeder roept haar kind.
De man sluit de deur.
De generaal kommandeert de soldaten.
De onderwijzer onderwijst de kinderen.
De zon verdrijft de duisternis.
De duisternis beschermt de dieven.
De keukenmeid bakt pannekoek.
De dood spaart niemand.
Bijv.: Het meisje breit een kous — het breiende
meisje en de gebreid wordende kous.