Boekgegevens
Titel: Taaloefeningen voor de lagere school
Auteur: van Agt, Martin P.
Uitgave: Tiel: D. Mijs, ca. 1880-... *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1161
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200186
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Taaloefeningen voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
5.
llijn broeder — in Amsterdam. Uit de druiven
— men wijn. Het meisje — kousen. Mijn vriend
— naar Breda. God — de vogels. Het huis —
in brand. De aarde — rond. De zon — licht. In
de lente — de vogels. Brandend heet — de zon.
Den ganschen nacht — de wind. Lachend — de
koningin den ruiker aan. De man — bij de droe-
vige tjjding diep verslagen. Bij den luiaard — ar-
moede voor de deur. Door het volk — een koning
— . De krant — een vaisch gerucht — . Vol-
harding — overwinnen. In den dood — de man
rust. Met weerzin — het volk de belasting. Na
eene scheiding van twintig jaren — de vrienden
elkander weder.
Zet in plaats van het streepje (—) een vorm van
een werkwoord, doch zulk een, dat ge een goeden
zin krijgt.
c. Naar den dienst, dien een lid van eenen zin
vervult, geeft men het in de taal eenen naam.
Een zin uit elkander nemen, d. i. de verschillende
leden aanwijzen, den dienst, dien zij in den zin ver-
vullen, de betrekking, waarin zij tot elkander staan,
met een naam aanduiden, noemt men ontleden.
Zeg ik bv.: De bakker bakt een brood, dan
bemerken wij hier drie deelen: 1. de bakker, 2. bakt
3. een brood. — En welken dienst doen die deelen?