Boekgegevens
Titel: Fransche oefeningen, met de noodige spraakkunstige aanwijzingen en ophelderingen, ten dienste der Nederlandsche jeugd.
Deel: zevende stukje Bevattende oefeningen over eenige synoniemen en andere bijzonderheden betreffende het taalgebruik
Auteur: Baudet, P.J.
Uitgave: Deventer: De Lange, 1844
2e dr; 1e dr. 1842
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1087
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200143
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche oefeningen, met de noodige spraakkunstige aanwijzingen en ophelderingen, ten dienste der Nederlandsche jeugd.
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 92 )'
der gebeurtenissen te maken, en Engeland in zij-
ne partij mede te slepen. Niet te vreden met
Holland van een' zyner bondgenooten te berooven,
en den anderen tegen hetzelve te wapenen, baal-
de Lodewijk den Keurvorst van Keulen en den
Bisschop van Munster over, om de wapenen te-
gen de republiek op te vatten. In dien zamen-
loop van zaken scheen het, dat niets iri staat was
om den gewissen ondergang van Holland te ver-
hoeden. Maar de republiek behield de regtvaar-
digheid en de heiligheid harer zaak, de liefde
des vaderlands en den haat tegen het despotismus.
11. Vervolg.
Alles wat de pogingen der eerzucht en der
menschelijke voorzigtigheid kunnen bereiden om
eene natie te verdelgen, dat had Lodewijk XIV
gedaan. Vijftig millioenen franken werden aan
voorbereidsels verteerd. Dertig oorlogschepen voeg-
den zich bij de engelsche vloot, die honderd zei-
len telde. De koning begaf zich naar de grenzen
van Holland met een leger van honderd en twaalf
duizend man. De Keurvorst van Keulen en de
Bisschop van Munster bragten twintig duizend man
in beweging. De genei-aals van het leger waren
Condé, Turenne en Luxembourg ; terwijl Vauban
de belegering der steden zoude besturen. Nooit
had men een zoo prachtig en tevens beter gedis-
ciplineerd leger geziem De garde van den koning
was vooral ontzagwekkend, zoo wegens de menig-
te als wegens de goede houding der jonge lieden
uit den adelstand, die den koning als vrijwilligers
vergezeldeny en zich aan de geregelde dienst en
aan de strenge discipline onderwierpen. De wa-