Boekgegevens
Titel: Fransche oefeningen, met de noodige spraakkunstige aanwijzingen en ophelderingen, ten dienste der Nederlandsche jeugd.
Deel: zevende stukje Bevattende oefeningen over eenige synoniemen en andere bijzonderheden betreffende het taalgebruik
Auteur: Baudet, P.J.
Uitgave: Deventer: De Lange, 1844
2e dr; 1e dr. 1842
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1087
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200143
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche oefeningen, met de noodige spraakkunstige aanwijzingen en ophelderingen, ten dienste der Nederlandsche jeugd.
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 89 )'
8. Db aOEDE OÜDE NEGER.
Eeii inwoner van lle de France, had bij zijne
aankomst te Port-Lonis, voor huisselijke bezighe-
den, een' jongen neger, zeventien jaren oud, en
eenc kleine negerin van twaalf jaren gekocht. Ee-
nigen tijd daarna verlieten zij het huis van hun-
nen meester en begaven zich naar de bosschen in
Ij^et binnenste van "het eiland. Zij werden voor
vlugtelingen verklaard; men, zocht langen tijd naar
hen, maar alle nasporingen waren vruchteloos, en
men hoorde er niets meer van.
Na een verblijf van tien jaren in de volkplan-
ting buw^de die inwoner, en kreeg uit dat huwelijk
eene dochter, die twintig jaren later met een*
scheepskapitein trouwde. •
Op den avond van de bruiloft, tenvijl ieder-
een in het huis zich aan het vermaak overgaf^
rondom eene wel voorziene tafel, die de cham-
panje wijn vervrolijkte, kwam een bediende uit
het huis, den vader van de jonge echtgenoot ver-
wittigen dat een oude neger en eene negerin vroe-
gen om hem te spreken. Laat hen binnen ko-
men, zeide de meester, die ver was van de re-
den van dat bezoek te vermoeden.
— Van wegens wien komt gij , mijne vrienden,
zeide hij hun?
— Ach! Mijnheer, zeide de oude slaaf, ge-
nade , als het u belieft.
— Ja, genade, mijn waarde meester, zeide de
negerin, op hare knieën vallende/,
— Maar, kortom, wat is^^V«gaande? Wat kan
ik voor u doen, mijne,/^k;ndéren?
— Herinnert gij u dan niet, Mijnheer, de twee
eerste slaven , die gij bij uwe komst in de volk-