Boekgegevens
Titel: Fransche oefeningen, met de noodige spraakkunstige aanwijzingen en ophelderingen, ten dienste der Nederlandsche jeugd.
Deel: zevende stukje Bevattende oefeningen over eenige synoniemen en andere bijzonderheden betreffende het taalgebruik
Auteur: Baudet, P.J.
Uitgave: Deventer: De Lange, 1844
2e dr; 1e dr. 1842
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1087
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200143
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche oefeningen, met de noodige spraakkunstige aanwijzingen en ophelderingen, ten dienste der Nederlandsche jeugd.
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 84 )'
de mensch wel gevoelig voor de ongelukken mag
zijn; maar dat hij ze met gelatenheid en onder
Averping moet verdragen.
2.
Wanneer de zedekunde onderwezen wordt dooi
menschen, die dezelve beoefenen, dan onderwijzer
hunne voorbeelden zoo veel als hunne redenen , ei
de overreding dringt in het hart.
De jonge lieden, die de wereld intreden, zonde
onderrigt te zijn van de gevaren, die hen dreigen
leeren dikwijls te Ijiat, dat gebrek aan zelfstandigheic
zeer nadeelige gevolgen kan liebben. Deze wooi
den, zonder eene bedreiging voor "iemand te zijn
zijn toch eene nuttige waarschuwing voor allen. I
weet niet of het ooit ijgmand berouwd heeft, eene)
goeden raad te hebben aangehooid.
Wij hebben gehoord, dat al de berigten, die mei
verspreid heeft, verzonnen zijn.
Iedereen is van de noodzakelijkheid van sterve
overtuigd, en weinige menschen gedragen zich ii
gevolge die overtuiging. Vele menschen leven oi
het tegenwoordige te genieten.
Vergeet in den voorspoed niet, dat gij een mensc
zijt, en dat de mensch aan vele wisselvallighede
onderworpen is.
Een ondeugend mensch kan geen groot ma
worden. De ondeugd verlaagt het hart des me:
schen, en smoort de edelmoedige gevoelens, d
de kenmerken der ware grootheid zijn.
3.
Iedereen maakt van het schoone weer gebru
om de bekoorlykheden der natuur te genieten. - 1
rijke menschen, die buitenplaatsen bezitten, he