Boekgegevens
Titel: Fransche oefeningen, met de noodige spraakkunstige aanwijzingen en ophelderingen, ten dienste der Nederlandsche jeugd.
Deel: zevende stukje Bevattende oefeningen over eenige synoniemen en andere bijzonderheden betreffende het taalgebruik
Auteur: Baudet, P.J.
Uitgave: Deventer: De Lange, 1844
2e dr; 1e dr. 1842
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1087
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200143
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche oefeningen, met de noodige spraakkunstige aanwijzingen en ophelderingen, ten dienste der Nederlandsche jeugd.
Vorige scan Volgende scanScanned page
EXERCICES.

PREMIÈRE SECTION.
T H È M E S.
1.
Hij, die eene wetenschap wil onderwijzen, moet
eginnen met derzei ver bijzonderheden te leeren.
zeg niet alle bijzonderheden; want door te on-
erwijzen onden-igt men zich zeiven. De vragen,
ie de leerlingen doen ^ geven dikwijls aanleiding
)t belangrijke opmerkingen.
et is van belang den kinderen te leeren, wat
als menschen zullen moeten weten. Alles wat
j leeren, dat wij niet noodig hebben, onderrigt
s lüet. Het is «iet alleen nutteloos; maar het
verderfelijk. Men kan zulks vergelijken bij on-
ruid in eenen tuin, dat de goede planten verstikt,
oude iemand zich verbeelden, dat ik hier van een
f ander vak van wetenschap wil spreken ? Neen,
. bedoel al de nietigheden, die veeltijds het on-
erwerp der gesprekken uitmaken, en die men in
ijn geheugen bewaart.
De Lacedemoniërs leerden den kinderen de pijn
! lijden zonder te klagen. De Stoïeijnsehe wijs-
eeren leerden, dat de mensch voor alle rampen
ngevoelig moet zijn. Die grondbeginsels misken-
en de menschelijke natuur.
De Zaligmaker leert ons door zijn voorbeeld, dat