Boekgegevens
Titel: Fransche oefeningen, met de noodige spraakkunstige aanwijzingen en ophelderingen, ten dienste der Nederlandsche jeugd.
Deel: zevende stukje Bevattende oefeningen over eenige synoniemen en andere bijzonderheden betreffende het taalgebruik
Auteur: Baudet, P.J.
Uitgave: Deventer: De Lange, 1844
2e dr; 1e dr. 1842
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1087
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200143
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche oefeningen, met de noodige spraakkunstige aanwijzingen en ophelderingen, ten dienste der Nederlandsche jeugd.
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 195 . )
irerd eenigzins door de voorzigtigheid der opper-
loofden tegengehouden , die vreesden , dat de sol-
laten te veel verstrooid zouden zijn , als zij zich
n die verbazend groote stad verspreidden. Zij
;aven het teeken tot den aftogt, en het geheele
eger bragt den nacht bij de muren en in eenige
laburige straten door. Vele Grieken maakten zich
eze omstandigheden ten nutte om de stad uitteti-ek-
en, sommigen ter zee, andere over land, een
;edeelte van hunne kostbaarste goederen met zich
lemende.
Gedurende deu nacht hebben soldaten eenige
mizen in brand gestoken. De vlam deelde zich
aet snelheid mede, verslond een aanzienlijk ge-
leelte der stad , en beroofde alzoo de overwinnaars
ran een gedeelte van den buit, dien zij zich voor-
telden intezamelen.
18. Vervolg.
Volgens een gebruik, in die tijden van bai-
)aarschheid algemeen aangenomen , werd elke stad,
ie stormenderhand ingenomen was, gedurende
ienen , door de opperhoofden van het overwinnend
eger , bepaalden tijd , aan de plundering overge-
;even. Ieder soldaat werd alsdan een wreedaardig
r, dat noch de goederen, noch de personen
ierbiedigde. Ieder, niet tevreden met zich te
verrijken, scheen in de verwoesting vermaak te
scheppen. Na de inneming van Konstantinopel
wilden de opperhoofden ten minste regelmatigheid
in de wanorde brengen. Zij geboden , dat men al
de kostbare voorwerpen , waarvan men zich mees-
ter zou maken , op plaatsen moest brengen , die zij
zouden aanwijzen , opdat dezelve vervolgens op eene