Boekgegevens
Titel: Fransche oefeningen, met de noodige spraakkunstige aanwijzingen en ophelderingen, ten dienste der Nederlandsche jeugd.
Deel: zevende stukje Bevattende oefeningen over eenige synoniemen en andere bijzonderheden betreffende het taalgebruik
Auteur: Baudet, P.J.
Uitgave: Deventer: De Lange, 1844
2e dr; 1e dr. 1842
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1087
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200143
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche oefeningen, met de noodige spraakkunstige aanwijzingen en ophelderingen, ten dienste der Nederlandsche jeugd.
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 156 . )
4. Frits, db oüdb knecht.
In eenige steden, bestaan er huizen, waar
hartstogtelijke spelers dikwijls in weinige uren den
ondergang van een geheel huisgezin bewerken;
waar ongelukkige slagtoffers van eene verkeerde
neiging, na rijkdom en eer verloren te hebben,
eene betreui-enswaardige toevlugt in den zelfmoord
zoeken. In een van die huizen, in de stad Ba-
den , won eens een jonge oostenrijksehe graaf,
door een zeldzaam geluk, dertig duizend floi'ijnen.
Naar zijn logement teruggekeerd zijnde, sluit hij
dat goud op, en legt zich te bed. Den volgen-
den morgen is het goud verdwenen. De graaf
; roept zijnen ouden knecht, Frits. — Geen ant-
woord. — Hij belt, en zegt tot een' bediende
van het huis: laat mijn knecht boven komen. — Uw
knecht, heer graaf! die is er niet. — Niet! waar
is hij dan? — Waar hij is, weet ik niet; maar
hij is dezen morgen zeer vroeg te paard vertrok-
ken. De graaf nam oogenblikkelijk maatregelen,
om den vlugteling op te zoeken, en om hem als
dief op eene voorbeeldige wijze te doen straffen.
Hij vermoedde, dat Frits zich buiten Duitschland
zoude begeven, en den weg naar Frankrijk oi
naar Zwitserland zoude inslaan. Het was ooi
mogelijk, dat hij eene plaats oj) eene stoomboo
[had genomen, om naar Holland de wijk te ne
men. Alle moeite , die de politie aanwendde on
den knecht te vinden, was vruchteloos. Na ver
loop van drie weken, verschijnt Frits weder voo
zijnen heer. — Ha! zijt gij daar ? waar komt gi
: vau daan ? — Van Weenen. — Wat hebt g;
daar wezen doen, oude schelm? — Mijnheer
word niet boos. — Maar, mijn goud! — Uv