Boekgegevens
Titel: Fransche oefeningen, met de noodige spraakkunstige aanwijzingen en ophelderingen, ten dienste der Nederlandsche jeugd.
Deel: zevende stukje Bevattende oefeningen over eenige synoniemen en andere bijzonderheden betreffende het taalgebruik
Auteur: Baudet, P.J.
Uitgave: Deventer: De Lange, 1844
2e dr; 1e dr. 1842
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1087
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200143
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche oefeningen, met de noodige spraakkunstige aanwijzingen en ophelderingen, ten dienste der Nederlandsche jeugd.
Vorige scan Volgende scanScanned page
r
I ( 126 )
lenrs honiu's qualités, et ilissîinnlaiit les man-
vaiSCS.
Au juoyen-age les clievalîeis étaient armés de-
puis la ti^te jusqu'aux pieds.

TROISIEME S E C T I 0 N,
T II K M E S.
l.
Plus, davantage,
Deze beide woorden drukken eene vergelijking
van meerderheid uit. Men moet dezelve echtei
t in het gebruik van elkander onderscheiden. Plu.
|i vereischt altijd na zich het woordje que ^ dat der
I tweeden term der vergelijking vooraf gaat. Da
^ vantage wordt zonder dien tweeden terra gebe
f zigd, en sluit alzoo den volzin.
Mijn vriend leest meer {^jpluH^ dan ik; maa
'i zyn broeder leest nog meer (davavfage).
Ofschoon men in het hollandsch den volzii
I met een' vergelijkende ti'ap sluit, gebruikt me]
: alsdan in het fransch davaniage,
j De huid van den olifant is zeer dik; maar di
] van den rhinoceros is nog dikker (is het no
meer).
Het is schandelijk zich aan eenen leugen sehr
dig te maken; maar zijn ongelijk niet te wilh
1 bekennen is nog schandelijker.