Boekgegevens
Titel: Fransche oefeningen, met de noodige spraakkunstige aanwijzingen en ophelderingen, ten dienste der Nederlandsche jeugd.
Deel: zevende stukje Bevattende oefeningen over eenige synoniemen en andere bijzonderheden betreffende het taalgebruik
Auteur: Baudet, P.J.
Uitgave: Deventer: De Lange, 1844
2e dr; 1e dr. 1842
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1087
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200143
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche oefeningen, met de noodige spraakkunstige aanwijzingen en ophelderingen, ten dienste der Nederlandsche jeugd.
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 120 )'
19 kinders, waarvan eenigen ongeveer acht jai-ei
waren. Adams, alleen aan het hoofd van die or
komende maatschajipij gebleven, begon over d
verledene wanorden en moorden na te denker
Eenige godsdienstige herinneringen, door de eei
zaaraheid en het ongeluk levendiger geAvorden
hadden allengskens de ziel van dien eenvoudige
matroos verheven. Hij gevoelde , dat eene maa
schappij , hoedanig zij ook zij, het zij klein (
groot, zonder godsdienstige beginselen niet gelul
kig kan zijn. Zoolang de inwoners van I'itcaii
die beginselen miskend hadden, had de afschi
welijkste barbaarschheid de volkplanting verwoes
Adams ondèrnam eene hervorming, wier goec
uitslag aan zijne verwachting beantwoordde. H
bevlijtigde zich om den kinderen de godsvruchl
de eensgezindheid, de liefde , die tot dus ver oi
bekend geweest waren, diep in het hart inti
prenten. De vrouwen verleenden zich met dc g
heele magt van haar hart aan deze nieuwe lec
wijze. Haat, wantrouwen, afgunst, moord maa
ten plaats voor eendragt, vertrouwen cn wede
zijdsche liefde. Naar mate de kinderen vorde
den en meer kracht verkregen , nam de aankweekii
der aarde meerder uitbreiding, en de middeh
van bestaan werden overvloediger.
20. Vervolg.
Naar mate de kinderen huwbaar werden, stel(
Adams huwelijken daar, onder de jonge lieden Vi
de verschillende huisgezinnen. De aanbidding v;
God, de zuiverheid der zeden, de liefde vo
den arbeid, de gehoorzaamheid aan de ouders, i
de eendragt waren de deugden , die hij voornam