Boekgegevens
Titel: Fransche oefeningen, met de noodige spraakkunstige aanwijzingen en ophelderingen, ten dienste der Nederlandsche jeugd.
Deel: zevende stukje Bevattende oefeningen over eenige synoniemen en andere bijzonderheden betreffende het taalgebruik
Auteur: Baudet, P.J.
Uitgave: Deventer: De Lange, 1844
2e dr; 1e dr. 1842
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1087
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200143
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche oefeningen, met de noodige spraakkunstige aanwijzingen en ophelderingen, ten dienste der Nederlandsche jeugd.
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 105 )'
tweede deel zijn eenige brieven cn andere werken
in proza, ik heb daar de oude geschiedenis van
Uollin in dertien deelen 5 maar ik mis het tweede
deel.
Bij de namen van vorsten gebruikt men second ,
omdat die uitdrukking gebezigd werd voor dat er
een derde vorst van dien naam was.
Het woord genieten (jouir) geeft het denkbeeld
van iets aangenaams en kan derhalve van onaan-
'gename of lastige zaken niet gezegd worden. Hij
geniet eenen goeden naam, eene bloeijcnde ge-
zondheid , een aanzienlijk vermogen. Maar het
zoude ongerijmd zijn te zeggen: hij geniet eene
ijsselijkè hoofdpijn, eene hevige koorts, eene slech-
te reputatie, eriz. Ofschoon vele menschen zoo
naauw niet zien, en menigmaal zoodanige fouten
maken, inzonderheid met het woord slechte re-
putatie , echter vereischt de naauw keurigheid , dat
men dezelve vermij de.
3.
De ebbe en vloed der zee staan met den lo^
der maan in verband. Gelijk de aarde de mSau
aantrekt, zoo trekt wederkeerig de maan de aar-
de ook aan; doch met minder kracht, omdat zn
kleiner is. Die aantrekking der maan wordt >yel
op den geheelen aardbol uitgeoefend, maar liet
water door deszelfs vloeibaarheid is in een vol-
maakt evenwigt. Wanneer eenige deelen van de
zee zich op eene plaats verheffen, dan komt hel
water van alle kanten om de plaats van die dee-
len intenemen. Eene zoodanige beweging ^kan met
de vaste deelen van den aardbol geene plaats heb-
ben. De aantrekking der maan is sterk genoeg
om 'het water der zee aan te trekken aan den