Boekgegevens
Titel: Aardrijkskundig leesboek voor de lagere scholen.: (Naar de behoefde des tijds gewijzigd)
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn en Zoon, 1845
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 995
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200137
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Fysische geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskundig leesboek voor de lagere scholen.: (Naar de behoefde des tijds gewijzigd)
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 19 )
10.
BODEM EN DIEPTE DER ZEE.
Men weet bij ondervinding, dat de bod^nn
der zee, gelijk het vaste land, zijne vlakten,
dalen, heuvels, rotsen en bergen heeft. Ook
heeft de zee hare eigene dieren , voortbrengse-
len of Produkten. De eilanden z^n niet anders
dan de kruinen of hoogste oppervlakten der zee-
bergen. Somtijds verschijnen dezelve als rotsen ^
klippen of zandbanken^ deels onder, deels bo-
ven de oppervlakte des waters. Dikwijls hoogt
de zee door hare golven zandheuvels aan, en
deze noemt men duinen^
De zee is , uil hoofde van haren ongelijken
bodem, niet. overal even diep. Op sommige
plaatsen kan men , op meer dan 700 vademen
geenen grond peilen. Tusschen Noorwegen en
Schotland bedraagt de grootste diepte slechts
62 vademen. Naar den oever toe, wordt de-
zelve, gelijk de rivieren, meer en meer ondiep,
zoodat men daar door waden en er zich in ba-
den kan. Om de diepte te peilen , bedient
men zich van het dieplood,, Dit is een stuk
lood van vijftien pond zwaar, dat de gedaante
ven een gewigt heeft en van onderen hol is.
Deie holle wordt met kalk of boter gevold ;
ten einde daaraan iets van den bodem der zee
bigve hangen en men zieti kan , of dezelve be-
sta uit leem, gras, zand of steen. Dit diep-
lood hangt aan een lang touw, da^vrij sterk is.