Boekgegevens
Titel: Aardrijkskundig leesboek voor de lagere scholen.: (Naar de behoefde des tijds gewijzigd)
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn en Zoon, 1845
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 995
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200137
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Fysische geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskundig leesboek voor de lagere scholen.: (Naar de behoefde des tijds gewijzigd)
Vorige scan Volgende scanScanned page
{ 17 )
neer men eenig brandend licht daarbij brengt ,
gelijk er eene is in de nabijheid van Herman-
stad in Zevenbergen ; andere hebben een zoo
koud water, dat het zelfs in de heetste zomer-
daden onliideliji^^SAME-JiAL^voel is.

Vele te zamen loopende bronnen vormen eene
rivier, en wanneer deze zeer breed en groot
is, noemt men die eenen vloed of stroom. Over
het algemeen ontspringen de rivieren uil de ber-
gen ; doch andere worden door de meren ge-
vormd.
De grond , waarover de rivieren stroomen ,
heel derzeiver bedding. De plaats, waar zij
zich in eenen stroom of in de zee ontlasten ,
heel mond; wanneer zij zich in vele beddingen
verdeelen , noemt men die takken of armen.
Dikwijls storten de rivieren van hoogten of ber-
gen , en vormen aldus eenen waterval. Bij
Schafhausen heeft de Bijn eenen waterval van
80 voet, en de Niagara in Noord-Amerika
heeft er eenen van 140. Wiel alle vloeden stroo-
men even snel; hoe meer helling derzeiver bed-
dingen hebben, hoe sneller hun loop is. De
grootste is die der Amazonen, in Zuid'Ame-
rika; deszelfs mond heeft eene breedte tan 52
Duilsche mijlen. De voornaamste rivieren van
Europa zijn: de Wolga ^ de Donau ^ de Bijn;
2