Boekgegevens
Titel: Allereerste beginselen der algemeene geschiedenis, voor de scholen
Auteur: Kirchdorffer, J.S.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp en van de Grampel, 1825
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1067
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200131
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Allereerste beginselen der algemeene geschiedenis, voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ALGEMEENE GESCHIEDENIS. . %f
waren elkander vifandig, zoodat weldra deze twee
rijken zicli voor altijd van elkander fcheurden.
V. Wanneer had'ïVlks plaats?
A. In een tijdperk dst do volken, welke Azif
hadden veriaten, naar elders trokuen en de be-
woners van andere landen in beweging bragten.
V. Wat had dit ten gevolge?
A. Dat het Westerseli keizerrijk eindelijk moest
bezwijken, nadat het eene wingewest voor, het
andere na, was verloren gegaani
V. Wat bleef hetzelve eindelijk overig?
A. ,Een klein gedeelte van Ita/tê.
V. Welk j-ijk werd in het andere gedeelte van
Italië gedicht'?
A. Een Duitsch koningrijk, door den dapperen
odoacer., dat even als het daarop gevolgde Oost-
gottifche rijk, onder de regering van theodorik,
niet van langen duur was.
V. Welke rijken verrezen uit de puinhoopen
van het Romeinsch-Wescersch rijk?
A. Dat der Longobarden in Italië, der Angel-
Sakfen in Brittank, der West-gotten in Spanje,
der Vandalen in Afrika en der Franken in Galliê.
V. Welke der opgenoemde rijken was het aan-
zienlij kfte ?
A. Dat in Callië, het tegenwoordige Ftankrijk,
hetwelk uit verfcheidene ftaten van Duitschland
beliond, en zich op het laatst tot ver in Italii
uitdrekte.
V. Wat bragt veel tot de befchaving dezer
rijken toe?
A. Het omhelzen van den Christelijken godsdienst.
V. Hield de befchaving eenen vaken tred?
A. Neen, allengskens werd het licht der we-
tenfchappen uitgedoofd, en Europa zonk in eenen
flaat van onwetendheid en bijgeloof, die eeuwen
tang duurde.
Ji4 V.