Boekgegevens
Titel: Allereerste beginselen der algemeene geschiedenis, voor de scholen
Auteur: Kirchdorffer, J.S.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp en van de Grampel, 1825
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1067
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200131
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Allereerste beginselen der algemeene geschiedenis, voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ALGEMEENE GESCHIEDENIS. . %f
V. Wat had dit alles ten gevolge?
A. Dat het Christendom zich al meer en meer
uitbreidde, en konstantijn de groote , den
Christelilken godsdienst omhelsde.
V. Bleef het Romeinfche rijk (leeds deszelfs
inwendige kracht behouden?
A. Neen, door de vervolgzucht der eerde
Christenen werd de rust in onderfcheidene gewesten,
gedurende verfcheidene eeuwen, gedoord.
V. Wat had hiertoe veel bijgedragen?
A. Het verval van deszelfs (laatsregeling en
de verwarring, die er na den dood van marcus
AüRELius ANTONINUS, in de opvolging der keizers
was ontdaan.
V. Wat nog meer?
A. De inval der Noordfche en Aziatifche vol-
keren, waardoor diocletiaan zich genoodzaakt
zag eenen tweeden keizer tot mederegent aan te
nemen.
V. Bleef het Romeinfche rijk onder het bedier
van twee keizers?
A. Neen, konstantijn de groote heerschte
weder alleen, en verplaatde den zetel van het
rijk naar Byzantium, hetwelk naar hem Kanflan.
tinnpel werd genoemd.
V. Door welke volkeren werd het Romeinfche
rijk vervolgens gefchokt?
A. Door de Hunnen, Gotten en Vandalen,
welke Europa overdroomden. .
V. Wat veroorzaakte de ondergang van het
Romeinfche rijk?
. A. De verdeeling van hetzelve door theodo-
sius DEN gr00ten, bij het einde van zijn leven,
tusfchen zijne zonen arcadius en iionorius.
V. Welke namen voerden deze beide gedeelten ?
A. Die van Oostersch- en We«er«gh keiz^rijk.
B 5 V